maa 26.03.18

Interview met Sebastien Cneude - krijger van de schoonheid en de liefde


“Mijn periode bij Fabre? Dat is zo’n 15 kilogram geleden.” We ontmoeten Sebastien Cneude in Pand.A. Ook zijn vrouw Dunja en zijn jongste dochter schuiven mee aan tafel. Ondertussen heeft de oudste dochter muziekles in het Conservatorium. Een uurtje de tijd om te praten over Sebastien zijn rol in ‘Je suis sang’ (2001, 2003 & 2005) en de film 'Les guerriers de la beauté’ (2002) . Maar vooral over liefde, schoonheid en trots zijn.

Dunja is logistiek medewerker bij Schouwburg Kortrijk. Toen onze artistieke werking het programma uit de doeken deed aan het team, was Dunja in de wolken. Jan Fabre komt. Naar Kortrijk. Ze vertelde snel dat ze de compagnie kent. Meer zelfs: dat haar man in een ‘ver’ verleden nog gespeeld heeft bij Troubleyn, de performancetroupe van Jan Fabre. Een goeie babbel kan niet uitblijven.

De start. Wanneer besef je dat je op het podium wil staan?

Sinds jongs af aan was ik wel al bezig met het podium. Ik speelde tuba. Maar deed ook al ‘dingetjes’ bij plaatselijke toneelgroepen. Ook mijn entourage bevestigde mij in mijn ‘podiumambities’. In het derde middelbaar ben ik naar Brugge getrokken. De academie voor woordkunst en drama (Academie kunsthumaniora Brugge).

Eerlijk? Er heeft nooit een student in mij gezeten. Die algemene vakken waren niet van de poes. De podiumvakken waren uiteraard wél helemaal mijn ding. Maar al die uitleg over Griekse tragedies, Shakespeare en Goethe? Ik begrijp dat dat de basis is. Maar mij zei het niets.

Je was al vrij snel aan het afhaken?

Mijn wereld was gelijk drijfzand. Ik was zoekende.  In het vijfde middelbaar heeft mijn zus toen een flyertje in mijn handen geduwd. Jan Fabre/ Troubleyn zoekt dansers, muzikanten, acteur,… Enfin. Jan Fabre zocht eigenlijk van alles. (lacht). Er was een open auditie in Antwerpen voor een voorstelling in Avignon. Ik wilde daar naartoe. Misschien vond ik daar wel antwoorden. Buiten de schoolmuren.

Dus naar Antwerpen.

Ja! Dankzij mijn moeder. Zonder mijn moeder was ik nooit naartoe geweest. Dat treinticket naar ginder was zo immens duur. Mijn moeder heeft me toen over de streep getrokken. Ze is met mij meegegaan. Helemaal naar Antwerpen. Ik kon met haar mee als begeleider, mijn moeder was namelijk blind Dus het was financieel interessant. Maar het was vooral écht deugddoend dat mijn mama meeging. Ik heb enorm goeie herinneringen aan die dag. Dat was in het jaar 2000. Het is nu drie jaar geleden dat mijn moeder overleed. 

In die auditieruimte van Troubleyn was het een echt zottekot. Zangers, dansers en muzikanten waren zich aan het opwarmen. De stress was enorm. Er was artiesten van over de hele wereld. De auditie was onderverdeeld in drie groepen. Ik zat in de laatste groep. In plaats van daar rond te hangen, zijn mijn moeder en ik naar een cafeetje gegaan op de hoek van de straat. 
Tijdens de auditie heb ik veel gespeeld op mijn tuba. Lange en dragende bastonen. Het klonk heel middeleeuws. Wat uiteraard een basisinsteek was van de latere voorstelling ‘Je suis Sang’. Na de auditie kwam Fabre met een voorstel. Of ik interesse had om twee weken stage te doen. Ik kon dat natuurlijk niet zelf beslissen. Ik heb toen mijn moeder geroepen die op de gang stond te wachten. Plots was ik een muzikant/performer bij de troupe van Jan Fabre.

De eerste productie ‘Je Suis Sang’ ging meteen ook door op het grootste theaterfestival van West-Europa – Het Festival van Avignon. Indrukwekkend.

Dat was het natuurlijk ook. Mijn vader wilde mij kost wat kost afzetten aan het station van Kortrijk bij mijn vertrek richting Avignon. Hij stond met de tranen in zijn ogen. ‘Ge zijt ne Cneude, jongen.’ zei hij trots.  Mijn vader is Fransman en Avignon is natuurlijk een op en top Frans monument. 

Het was ook een massale volksverhuizing tijdens de voorstellingenreeks. Heel wat vrienden en familie zijn afgezakt om mij aan het werk te zien.

‘Je Suis Sang’ is een hele grote productie. Hoe heb je dat ervaren?

Ik deelde het podium met Dirk Roofthooft, Lisbeth Gruwez, Dag Taeldeman,… te veel om op te noemen. En Cour D’Honneur in Palais des Papes. Zo’n belangrijke plaats in de geschiedenis. Dat doet écht iets met een mens. Ook Jan Fabre was nerveus. Ook hij kent het belang van dat festival en die plaats en dan nog eens met zo’n stuk. 

En ik was de Benjamin van de hoop. Aja: 17 jaar. Ik was nog een snotneuze in vergelijking met veel van die artiesten. Ik zat mee in die race. Nadien heb ik ook heel de wereld gezien met die voorstelling. Dat was – denk ik – initieel niet de bedoeling om te gaan touren met ‘Je suis Sang’. Maar we hebben die voorstelling dus gespeeld tot in Australië. Zalig.  Die periode bij Fabre heeft mij écht bepaald. Heel mijn manier van denken en zijn, heb ik toen meegekregen.

Nu perform je niet meer maar werk je ‘in de verkoop’ bij Brico – Plan it en ben je vakbondsafgevaardigde. Wel een ommezwaai.

Die podiumwereld is echt immens tof. Maar door te performen heb je ook een heel financieel precair leven. Toen ik mijn huidige vrouw Dunja leerde kennen, wilde ik ook stabiliteit.  Ben wel nog gevraagd geweest voor de herneming. Maar ik wilde niet.

Kom je kijken?

 Als we een babysit geregeld krijgen dan komen we zeker!

Interview afgenomen op woensdag 14 maart in Pand.A. Het was een gezellige babbel. Dit interview is een neerslag en verwerking van die babbel. Al de foto’s zijn privé-eigendom van Sebastien Cneude. Schouwburg Kortrijk mag deze beelden gebruiken i.k.v. dit interview. Deze beelden mogen niet gereproduceerd worden.

Dries Van Robaeys